AVV: de democratische vakbond

Het stakingsrecht internationaal beschermd verklaard

Op 21 mei jongstleden vond een historische gebeurtenis plaats: het in Den Haag gevestigde Internationaal Gerechtshof deed uitspraak over de vraag of het stakingsrecht wordt beschermd door ILO-verdrag nr. 87. Het Internationaal Gerechtshof (IGH) is een instelling van de VN, de Verenigde Naties, met vijftien rechters van allemaal verschillende nationaliteiten. De ILO, de International Labour Organisation, is eveneens een instelling van de Verenigde Naties. Beide zijn dus bedoeld om de internationale rechtsorde, of wat daarvan over is, te bewaken en te versterken.  

De meeste staten in de wereld erkennen het gezag van het IGH, maar niet alle. In het bijzonder erkennen de VS het gezag niet meer, sinds het hof in 1986 een uitspraak deed tegen de VS. Desalniettemin wordt het Hof internationaal als gezaghebbend beschouwd, al is het alleen maar omdat er geen andere algemene gerechtshoven zijn waar staten elkaar ter verantwoording kunnen roepen.  

De VN, waar vrijwel alle landen in de wereld zijn aangesloten, werken met verdragen. Lidstaten kunnen die onderschrijven, dan zijn ze erdoor gebonden. ILO-verdrag nr. 87 regelt de vrijheid van vakvereniging en dat vakbonden vrijelijk activiteiten kunnen uitvoeren. Veel lidstaten hebben dat Verdrag onderschreven.  

De ILO had aan het IGH de vraag voorgelegd of Verdrag nr. 87 ook het stakingsrecht beschermt. Dat is een belangrijke en juridisch complexe vraag. Het IGH heeft die vraag op 21 mei met ‘ja’ beantwoord.  

Dat was overigens geen sinecure. Het stakingsrecht wordt namelijk helemaal niet genoemd in Verdrag nr. 87.  

Van de 14 rechters stemden er tien voor en vier tegen. De vier tegenstemmende rechters hebben elk een aparte verklaring afgelegd, maar ook zeven van de tien voorstemmende rechters hebben een aparte verklaring afgelegd. Dat lijkt me bijzonder. In de aparte verklaringen melden de tegenstemmers uiteraard dat het IGH ernaast zit wat hen betreft. Eén argument dat zij aanvoeren is dat het IGH eerst de gewenste uitkomst heeft vastgesteld en vervolgens daarnaartoe heeft geredeneerd. Andere argumenten wijzen erop dat ze vinden dat teksten niet goed geïnterpreteerd worden.  

De voorstemmers voeren als belangrijkste argument aan dat collectief onderhandelen zonder het stakingsrecht een beetje een papieren tijger is. Wat doe je namelijk als vakbond op het moment dat een werkgever nee zegt en blijft zeggen? Hier klinkt een uitspraak van het Duitse Bundesarbeitsgericht in door: ‘Collectief onderhandelen zonder stakingsrecht is collectief bedelen’. Overigens, opmerkelijk vond ik dat juist de Duitse rechter in zijn aparte verklaringen stelde dat een vakbond dat stakingsrecht niet echt nodig heeft. Hij lijkt dat te menen op grond van de situatie in Duitsland, waar veel gereguleerd is en bonden een relatief sterke positie hebben.  

Naast het argument dat je zonder stakingsrecht als bond niet echt uit de voeten kunt, meldt de uitspraak ook dat het stakingsrecht ook wordt beschermd door continentale Verdragen en gerechtshoven, zoals die van Afrika, Europa, de beide Amerika’s en het Midden-Oosten. (Overigens is de papieren bescherming van het stakingsrecht één ding, de daadwerkelijke invoering ervan is iets heel anders, zoals blijkt uit de situatie in het Midden-Oosten.)  

Hoe dan ook, deze historische uitspraak ligt er nu. En die zal hoe dan ook invloed gaan hebben op de positie van vakbonden en werkgevers wereldwijd. Wat AVV betreft, is dit een positieve ontwikkeling.  

Voor wie er meer over wil lezen, klik dan hier. Daar vind je ook verwijzingen naar de uitspraak en veel meer info.  

Martin Pikaart

Voorzitter AVV

29 mei 2026

© 2017 AVV - PrivacyDisclaimer

Verenigingenweb
Cancel